top of page
Zoeken

Een inzicht uit ‘Het Onderwijssysteem spreekt’: Van WOW naar WTF

Bijgewerkt op: 3 jan


Toen we tijdens het collectieve systemische onderzoek de tijdlijn opstelden (van de prehistorie tot ver in de toekomst) kregen we heel duidelijk te zien wat er in de loop der tijd is gebeurt en ook wat er nodig is voor in de toekomst.

We legden met papiertjes de tijdlijn op de grond neer; de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen, de renaissance, alles kwam voorbij tot aan het heden en zelfs een blaadje voor de toekomst. 

Het eerste deel van de tijdlijn voelde als één groot ja. Al die perioden vormden samen een doorgaande beweging. Verschillend van vorm, maar verbonden en in een stijgende lijn qua ontwikkeling. Wie daar ging staan, voelde rust, inspiratie, samenhang. Het was goed. Ontwikkeling die klopte. Alsof de mensheid zich, met alles wat erbij hoort, stap voor stap had ontvouwd.

De toekomst keek terug over deze perioden en gaf erkenning en zelfs trots. Het gevoel: hier is iets opgebouwd dat klopt.

Maar toen… Kwam het punt van de industriële revolutie. De toekomst keek hier het liefste overheen en trots voelen? Nee, niet daar. Men was niet happig om daar te gaan staan, maar het gebeurde toch. En toen veranderde alles.

Iedereen die deze plek betrad, beschreef hetzelfde. Het gevoel van vastzitten, zwaar worden, alsof je de grond in werd getrokken, wachtend op toestemming om te mogen bewegen, mist, druk. Alsof alle energie en initiatief verdween nog vóór het kon ontstaan. 

Het was alsof de tijdlijn daar ophield met ademen. Er werd ook continu uitgesproken: ‘What the fuck is hier gebeurd??’.

Alsof vanaf dat punt een systeem ontstond dat mensen niet meer optilde, maar naar binnen en naar beneden duwde. Het was dezelfde zwaarte die we in de allereerste opstellingsdag al hadden gevoeld. Dat besef dat onderwijs en systeem niet samenvallen. Dat het onderwijssysteem iets draagt wat niet van leren zelf is, maar van een groter veld van arbeid, productie en beheersing. Waar veel trauma ligt opgeslagen. 

Hier werd zichtbaar wat deze overgang zo fundamenteel maakt. Tijdens de industrialisatie is niet alleen het leven anders ingericht,  er is een diepe inbreuk gedaan op het geestelijke stuk van de mens. Alles wat te maken had met intuïtie, innerlijk weten, gevoel, ritme, creatiekracht en autonomie raakte ondergeschikt. Wat ervoor in de plaats kwam was aanpassen, uitvoeren, opdreunen, gehoorzamen. Functioneren in plaats van zijn en een groot gemis aan verbinding.

Het was de overgang van mens-zijn naar mens-functioneren.

En die breuk is niet abstract. Het leeft nog steeds in het onderwijs, in organisaties, in lichamen.
We namen dit waar en zochten naar een oplossing. We belandden in actie-reactie. Er werd gezocht naar beweging, naar oplossingen, naar manieren om het weer vlot te trekken. We gingen verplaatsen, de blaadjes door elkaar gooien en daarmee de tijdlijn veranderen om het vervolgens weer opnieuw neer te leggen… Maar hoe we de blaadjes ook legden, hoe we ook probeerden: het werkte niet. De spanning nam niet af, er wilde nog steeds iets gezien worden. De woorden vielen: ‘We voelen dat er iets heel zwaars ligt, maar het lijkt wel te zwaar om alleen te voelen. Iedereen die het probeert komt vast te zitten door het enorme gewicht’.

Na de welverdiende middagpauze stapten we opnieuw in. Dit keer zonder de blaadjes maar met ankers die we op de grond hadden geplaatst. De ankers stonden symbool voor dingen die gevoeld waren rondom de tijdlijn: woede, vastzitten, actie/reactie, een pijnpunt, maar ook neutraliteit en uitgeput zijn.

De woede zat vast. Het was aanwezig, maar kon geen kant op. Pas toen aan de andere kant van het veld een vrouw haar plek innam en diep voelde vanuit haar baarmoeder dat er een enorm verdriet opkwam… toen kwam er beweging.

Zodra de vrouw haar tranen liet gaan begon de woede bij de man te stromen. Niet explosief, niet tegen iets gericht, maar gereguleerd. Via de ademhaling. Dragend. Ondersteunend. Zijn aanwezigheid gaf ruimte waarop de vrouw weer kon toelaten. Het verdriet kon bewegen zonder te overspoelen en de woorden die vanuit de vrouw kwamen waren: ‘Ik huil voor de moeders en die arme kinderen…’.

Toen dit doorvoeld was vonden ook de mannen in het veld elkaar. Er was herkenning, respect en steun voor elkaar. Echte verbroedering.

De vrouw had ondertussen een andere beweging te maken. Zij stond oog in oog met de machteloosheid: die van de moeders, die van de kinderen, die van het tot slaafs gemaakte. Niet om die te fixen of te overstijgen, maar om haar te erkennen. De hand te schudden. Te omarmen. En van daaruit samen (terug) naar de warmte te bewegen. Want zo voelde het: als een hereniging na lange tijd.

De toekomst (die tot dan toe liever wegkeek van deze periode) kon zich omdraaien. Niet langer vast aan het verleden, maar met de blik vooruit. De toekomst diende zich aan.

Vrijwel direct daarna diende zich iets nieuws aan, passend bij de toekomst: de volgende generatie.

Hun energie was helder en heel hoopvol. Zonder doem, ze spraken niet over angst of ondergang, maar over zin. Over mogelijkheden. Ze keken hun ogen uit over de mogelijkheden van de ultieme balans: natuur en technologie samen. 

De tijdlijn liet daarmee een scherpe beweging zien.

Alles vóór de industrialisatie voelde als WOW (lees: wauw!) — ontwikkeling.
Vanaf de industrialisatie: WTF — vast, zwaar, afgesneden.
En daarna: potentie. Mits we bereid zijn die breuklijn niet over te slaan en stil te staan bij wat er nog te voelen valt, iets wat generaties terug gaat.

Het is een uitnodiging om te erkennen waar iets fundamenteels is gescheurd, zodat we het niet blijven herhalen.

De breuklijn vraagt geen snelle oplossing, maar aanwezigheid en integratie. Pas dan kan wat vast zat weer vooruit.

Wat deze tijdlijn opstelling mij opnieuw liet zien, is dat dit werk niet alleen begrepen wil worden, het wil geleefd worden.

Het komende jaar krijg ik de ruimte om dit verder te verankeren op een plek die zich daar van nature voor leent: grenzend aan de locatie waar de wakkerschudders-dagen plaatsvinden: een oerplek, buiten, waar de seizoenen voelbaar zijn en de elementen samenkomen. Daar zal ik o.a. moedercirkels, vrouwenmomenten en seizoensbijeenkomsten organiseren. Een fysieke plek om opnieuw af te stemmen op de oerlaag die we allemaal in onszelf dragen en waar we af en toe even mee mogen verbinden. Op mijn instagram heb ik hier al over gedeeld, je kunt me het beste daar volgen voor updates en aankondigingen hieromtrent, of via mijn nieuwsbrief.

Het collectieve onderzoek 'Het Onderwijssysteem Spreekt' loopt ondertussen verder. Aanstaande woensdag 7 januari verdiepen we ons in de gelaagdheid van het onderwijssysteem.

Op 10 februari sluiten we deze onderzoeksreeks voor nu af met de laatste opstellingsdag. Heb je interesse in een volgend traject? Laat het vooral weten. Tickets voor a.s. woensdag of in februari kun je hier vinden.
 
 
bottom of page